Project omschrijving

Meer info over pesten

PESTEN:  Er is steeds sprake van een machtsverschil tussen de pester en het slachtoffer, meestal is de pester fysiek of verbaal sterker dan het slachtoffer. Vaak gebeurt het pesten in groepsverband en op regelmatige basis.

PLAGEN:   Omdat er geen machtsverschil is, kan de ander makkelijk terugplagen. Dat wil niet zeggen dat plagen niet kwetsend kan zijn. De term ‘plagen’ wordt ook wel eens gebruikt om pesten goed te praten of te minimaliseren. Omgekeerd wordt de term pesten te snel gebruikt als het over plagen, ruzie of ander storend gedrag gaat.

KLEUTERS:  Kleuters vertonen zowel fysieke als verbale agressie. Hun fysieke kracht neemt toe en ze willen dan ook graag aan anderen laten zien hoe sterk ze wel zijn. Dat geeft hen een gevoel van macht. Het gebruik van scheldwoorden heeft meestal te maken met de toenemende woordkennis. Het is spannend om bepaalde ‘lelijke’ woorden te gebruiken. Kinderen tonen hier en nu wat ze willen of wat ze voelen. Dit maakt dat kleuters soms al stevig ruzie maken en vaak erg hard zijn voor elkaar. Hun ‘negatief’ gedrag is echter een manier om zich te manifesteren. Hun eigen ‘ik’-je staat daarbij centraal. Er is nog geen sprake van de intentie om anderen kwaad te doen, hun empathisch vermogen (zich kunnen inleven) is nog niet voldoende ontwikkeld en ze zijn nog niet in staat om over hun eigen gedrag na te denken.

KINDEREN:  Kinderen gaan stilaan leren dat hun gedrag gevolgen heeft voor de anderen. Ze ontdekken dat hun ‘ik’-je deel uitmaakt van een grotere sociale context. Op dat moment start de ontwikkeling van de empathie, het verantwoordelijkheidsbesef en de zelfreflectie. Anderzijds ontstaan op dat moment ook vormen van sociale agressie, zoals pesten en het uitsluiten van kinderen.

Uit onderzoek blijkt dat pesten het meest frequent voorkomt bij kinderen tussen 10 en 14 jaar!